4 01
2009

lobby in de zorg – de SPD

Geplaatst door: krijvenaar in Lobby-praktijk

Publicatie: ‘Zowel, blad van de Sociaal Pedagogische Diensten’

Auteur: Frederik Geerdink (Utrecht, 2002)

Beleid beïnvloeden, dat probeert elke organisatie. In de zorg is dat lobbyen vaak de taak van de directeur van de organisatie. Die doet het ‘erbij’. En dat wreekt zich, meent professioneel lobbyist Michiel Krijvenaar, óók bij de SPD’en. “Veel mensen hebben geen idee wat een SPD doet.”

Je zou eens in een willekeurig lunchcafé rond moeten vragen, zegt Michiel Krijvenaar, naar wat Somma is en wat een SPD doet. Grote kans, denkt hij, dat je alleen vragende blikken krijgt. SPD’en zijn onzichtbaar. Ze behoren tot de grootste spelers in de gezondheidszorg, maar behalve de mensen die direct met een SPD te maken hebben, ziet niemand dat. En dat is geen goede uitgangspositie als je beleid wilt beïnvloeden. “Ik zie dat vaak bij organisaties in de zorg”, zegt Krijvenaar. “Ze slaan ad hoc om zich heen in plaats van te lobbyen op basis van een goede lange termijn-visie.”

Wie het lobbyen naar een hoger plan wil tillen, kan bij Krijvenaar terecht. Hij werkt als adviseur bij Boer & Croon Corporate Communication en lobbyt al jaren in, onder andere, de zorg. Voor bijvoorbeeld patiëntenverenigingen en farmaceutische bedrijven probeert hij invloed uit te oefenen op politieke besluitvorming. Hij kent het politiek-bestuurlijke krachtenveld en weet wie je wanneer waarover moet aanspreken om iets te bereiken. “Dat overzicht mist een organisatie zelf vaak. Logisch, want lobbyen is niet de core-bussiness van een beroepsgroep, zorgverlener of patiëntenvereniging. Het wordt erbij gedaan door de directeur of het hoofd communicatie. Of door allebei, en dan vliegen ze elkaar waarschijnlijk geregeld in de haren.”

“Timing is zó belangrijk en er wordt nauwelijks over nagedacht.”Lobbyen is niet iets wat je ‘erbij’ doet, vindt Krijvenaar. Juist omdat het een voortdurende investering vraagt. “Vaak zie je dat organisaties gaan ‘lobbyen’ als de Miljoenennota verschijnt. Ze vinden dan dat in de kabinetsplannen te weinig geld is uitgetrokken voor hun sector. Dat zetten ze in een brief, die ze naar verschillende mensen in Den Haag sturen. Een Vaste Kamercommissie, een minister, een staatssecretaris, de woordvoerders van partijen. Vaak is dat elk jaar ongeveer dezelfde brief. Dat is wat ik bedoel met ad hoc om je heenslaan. Wil je invloed hebben op de Miljoenennota, dan moet je je lobby in februari al beginnen. Sterker nog, je moet er voortdurend mee bezig zijn en op het moment suprème je wensen op tafel leggen. Timing is zó belangrijk en er wordt nauwelijks over nagedacht. Daarbij wordt er nauwelijks een gedachte vuil gemaakt aan wie je nu het beste kunt benaderen met je boodschap.”

Een raadsel

Mooi voorbeeld zijn volgens Krijvenaar de medisch specialisten in academische ziekenhuizen. Ze voeren actie, maar het is Krijvenaar een raadsel waarom ze dat juist nu doen. “Willen ze de demissionair plaatsvervangend minister van Volksgezondheid aan hun kant krijgen? Daar heb je natuurlijk niets aan.” Beter zou het volgens hem zijn om in kaart te brengen welke mensen van welke partijen straks, na de verkiezingen, kans maken op de ministerspost voor Volksgezondheid, en de pijlen nu alvast op die mensen te richten. “Een lobbyist die gespecialiseerd is in een sector, houdt voortdurend bij welke mensen komen en gaan. Daar heeft een directeur of communicatiemanager geen tijd voor. Die heeft andere dingen te doen.”

“Wat is dat, de SPD Nieuwe Stijl? Was er ook een SPD Oude Stijl?”Volgens Krijvenaar is het zaak bij het lobbyen je aandacht vooral uit te laten gaan naar mensen die het niet bij voorbaat al met je eens zijn. “Je ‘tegenstanders’, die moet je hebben”, zegt hij. “Een goede lobby was die voor de persoonsgebonden budgetten. Per Saldo, de groep die zich sterk maakte voor de pgb’s, heeft zich gericht op de schijnbare tegenstander, de VVD, want linkse partijen stonden toch wel aan hun kant. Het pgb sluit eigenlijk heel goed aan bij de liberale gedachte. Het werkte: de VVD omarmde het idee en daarmee was er een kamermeerderheid.”

Behalve dat organisaties vaak niet weten welke mensen ze het beste kunnen aanspreken, denken ze te veel ‘van binnen naar buiten’. Wat Krijvenaar daarmee bedoelt, wordt in duidelijk als de SPD Nieuwe Stijl ter sprake komt. “Wat is dat, de SPD Nieuwe Stijl? Was er ook een SPD Oude Stijl? Voor de interne communicatie is het relevant dat het om een ‘nieuwe stijl’ gaat, maar in je externe communicatie gaat het erom je doelstellingen en je visie zo duidelijk mogelijk neer te zetten. Dat daar iets ‘nieuws’ aan is, doet niet ter zake. Je moet denken vanuit degene die je wilt bereiken en beïnvloeden.”

Verjaardagspot

Voor mensen die al jaren in een organisatie werken en diep in de materie zitten, is dat soms moeilijk. “Een externe adviseur heeft een frisse blik en ziet weeffoutjes in de communicatiestrategie makkelijker”, meent Krijvenaar. “Dat is de toegevoegde waarde die je met een professionele lobbyist in huis haalt. Zo iemand kan helpen je visie duidelijk neer te zetten en die helpen verkopen.” Een goede extern, vindt Krijvenaar, doet dat kort en krachtig. “Hij of zij moet ervoor waken een soort werknemer te worden. Meedoen met de verjaardagspot en meegaan met bedrijfsuitjes, is niet geloofwaardig. Daarmee verlies je je meerwaarde.”

“Ik zou proberen van Somma hét gezicht te maken van de dienstverlener in de zorg.”Zou Krijvenaar door Somma worden ingehuurd, dan zou zijn eerste missie zijn de organisatie het gezicht te geven dat ze verdient. “Ik zou proberen van Somma hét gezicht te maken van de dienstverlener in de zorg. Een organisatie die gééft om haar cliënten. Dat lijkt misschien een hol etiket dat je op tientallen organisaties kunt plakken, maar dat is niet zo. Bij Somma klinkt het oprecht. Somma kan zo’n kwalificatie zonder meer waarmaken. Met zo’n gezicht wordt lobbyen een stuk effectiever.”

December 2002